14 juni 2017

Een fietstocht van het bucket lijstje: Granfondo Stelvio Santini

||
3 Comments

“Cin, heb je zin om samen met mij en mijn fietsmaten in juni in Italië mee te gaan fietsen?”, vroeg mijn vader. Veel hardlopen zou het voor mij nog niet worden, dus een ander doel was welkom. “Leuk! Een paar dagen naar het land van de lekkere koffie, pasta en pizza! I’m in!” Tot ik zag dat het zou gaan om de Granfondo Stelvio Santini. Die 150 km? Non c’è problema! 5000 hoogtemeters? Moet lukken! Maar drie klimmen, achter elkaar, waaronder de Mortirolo met 24%?

Fietsmaten

Deze ‘fietsmaten op leeftijd :-)’ hebben dit jaar al 3500 km op de teller en gaan standaard in het voorjaar alle klassieke toertochten af: Volta Limburg, Alternatieve, Classico Borreti, La Chouffe Classic… Ik wist dat ik het in Italië niet ging overleven met een loopconditie van een oud paard. Dus kilometers maken! Hierdoor sprong ik óók in de winter met -5 op de fiets… En ja, goede fietskleding maakt dus écht verschil. Grazie Specialized! Tochtjes met mijn collega’s door Limburg, op en neer naar afspraken boven in het land en heuveltrainingen rondom Nijmegen. Zo veel kilometers als hen had ik niet gemaakt, maar hey ik ben – vergeleken met hen – nog altijd een jong bloempje. Moet goed komen toch?

Mannen met smalle koppies
Bormio was nog geheel in het roze door de Giro van een paar weken terug. Op de wegen stonden legendarische namen geschreven: Scarponi, Nibali en ook ‘onze’ Tom. Het was niet moeilijk om de fietsers in het dorp te onderscheiden van de ‘normale’ toerist. Groepjes mannen met smalle koppies, op zoek naar een bordje pasta, sportbril op, lijntjes op de armen en kuiten waar je u tegen zegt. Niet te missen. Oh mijn sporthart ging hiervan sneller kloppen!

Zeven kleuren stront

De Stelvio was van tevoren verkend. De Mortirolo niet. We scheten namelijk allemaal al zeven kleuren stront als we eraan dachten. Dus Tom, we begrijpen je. Trouwens, om meteen een ander misverstand uit de wereld te helpen: mannen hebben net zo, of nog meer last van wedstrijdspanning dan vrouwen: “Wat trekken we aan? Wat voor cassette heb jij erop liggen, ga ik het wel redden met die van mij? Heb jij talkpoeder bij voor mijn kont?”

Centro centro!
De eerste 45 km daalden we af naar het dal. Ik werd aan alle kanten voorbij gesjeesd. We waren vooraan in het startvak ingedeeld en dalen is niet echt mijn ding. Kwijt waren mijn fietsmannen. Dat gaf mij wel de gelegenheid om me te vergapen aan al die gespierde, gebruinde benen.
Een smalle steile weg leidde ons naar de top van de eerste klim. Om je een beeld te geven: met z’n allen op een stijl stuk, waarbij in eigen taal gevloekt werd om aan de kant te gaan en rechts te houden omdat ze anders omvielen. Ik wist me er gelukkig doorheen te wurmen door “centro centro!” te roepen en er tussendoor te glippen.


Knollen pad
Dat was één! Gelukkig was ik mijn vader tijdens één van de drankpauzes weer tegen gekomen. Alles onder controle. Op naar de Mortirolo. Verstand op nul, en vooral niet te vaak voor je kijken, want er kwam geen eind aan. Of toch!? Yes!
Oh nee. Verassing! Jullie mogen de muur nog beklimmen. Althans een poging wagen. In de verte zag ik namelijk iedereen omhoog wandelen. Het asfalt veranderde in een knollen pad, met gaten waarop een aantal magere Italiaantjes het even standhielden. “Vai, vai vai!”
Helaas, dat werd aansluiten in de rij en omhoog wandelen. Voor mij in de rij klonk een luid Verdomme, kutzooi!” een Nederlander bij wie de kramp in z’n kuiten schoot. Ik moest lachen… maar eigenlijk was het helemaal niet om te lachen. “Waar zijn we toch in godsnaam mee bezig?”

Finishen op de Stelvio
De finish lag boven op de Stelvio, waarop het koerspetje met ‘finisher’ op ons lag te wachten. De laatste klim! Ik had de berg voor mezelf in drie etappes ingedeeld waarbij ik de 48 haarspelbochten aftelde. Bij bocht 37 ging het even mis. Lek! Lieve voorbijgangers die al snel te hulp wilden schieten “No no thank you I’m ok, I can do this” – hoop ik –.
Ik passeerde hoopjes ellende op weg naar boven. Totaal leeg en uitgeput, hangend over het stuur. Het kleinste tandblad, wat ik alleen op de áller steilste stukken had gebruikt werd m’n grootste vriend. De kracht om te staan moest uit m’n tenen komen, en als ik stond, kon ik maar beter snel weer gaan zitten.  “Nog twee bochten, ik ben er bijna!” Na 7:40:00 (als 3e dame) kwam ik over de finish, yes!

Het was nu wachten op mijn vader. Ik hoopte heel erg dat hij niet bij het hoopje ellende was geëindigd. Maar nee hoor, daar kwam ie, alles gegeven en de top bereikt! Ook de anderen waren inmiddels binnen. Wauw wat was en ben ik trots! Ik besef me dat ik het geluk heb dat ik samen met mijn vader deze sportieve reis naar de top heb mogen maken. Deze herinnering pakt niemand meer van ons af!

3 Responses

  1. Henk

    Gaaf verslag hoe prestaties soms uit je kleine teen moet worden geperst. Hoe stijl was het laatste stuk wel niet dat zelfs jij moest wandelen.
    Gefeliciteerd met 3e plek en hoe gaaf is dit om dit samen met je vader te doen.
    Groet Henk

Leave a Reply