12 februari 2018

Mindfuck

||
0 Comment

Ik hou van racen. De sfeer van een wedstrijd, de kriebels in m’n buik bij het horen van de speaker, de adrenaline door m’n lichaam, en het gaan voor persoonlijke records. Hoe kan het dan toch dat ik mezelf altijd afvraag: “Waarom vind ik dit ook al weer leuk? Waarom doe ik dit mezelf toch telkens aan?” in de laatste momenten voor de start.

Lang leve de recreant
Een tijd terug schreef ik me uit bij de Atletiekunie en heb daardoor geen wedstrijdlicentie meer – waarom lees je hier. Daarom ga ik nu officieel door het leven als ‘recreant’. (Nog) niet realiserende dat een startplek voorin bij de wedstrijdlopers hierdoor verleden tijd is. Dit weekend liep ik de ‘Groet uit Schoorl Run’. Ik mocht starten áchter de genodigden, de wedstrijdlopers, de masters en óók achter de bedrijvenlopers. Ondanks dat ik wist dat ik als allerlaatste weggeschoten zou worden, was ik van plan om m’n best te gaan doen en na lang blessureleed weer wat sneller te lopen. Ik was hierdoor licht zenuwachtig, het was fris en het waaide flink en dus spookten het weer door mijn hoofd: “Why?!”

Het dialoog
Ik hou me even in na de start en neem me voor om, straks als het wat rustiger is, het tempo op te pakken. M’n focus zakt langzaam weg als ik zie hoe smal het pad wordt en het dialoog met mezelf begint:
“Beste meneer Ekoplaza –want hij was geheel in paars en droeg een ‘vegan’ muts- , haal die meneer voor je in OF ga a.u.b. rechts lopen!”
– “Dames, are you serious? Mag dat keuvelen, over jullie collega’s, over vier breed, straks bij de finish? Ik wil er heel graag langs”
– “Kilometer vier al? Oh.. maar dit gaat best lekker!”
– “Pas bij kilometer vijf, mag ik op m’n horloge kijken”
– “Kut wind!”
– “Loop naar die brede rug voor je”
– “En nu het tempo weer oppakken Cin, kom op!”
– “Niet vergeten om me heen te kijken, want wat is het hier mooi in die duinen en zo lekker dat zonnetje!”
– “Kom op Anja, nog een stukske, niet opgeven nu!”
(ik haal Anja in, die zojuist is uitgestapt)
– “Hé een bekende langs de kant, dat kan ik wel gebruiken. Smile!”
– “Kakzooi, wat duurt die laatste 600 meter lang”

Je kunt het! 
Het dialoog wat je met jezelf hebt tijdens het hardlopen, kan je maken of breken en kan zowel je kans op succes vergroten als je ondergang bepalen. Het is duidelijk dat mijn dialoog in Schoorl, er niet eentje was om naar huis te schrijven. Denk ik aan mijn gedachten tijdens wedstrijden waarbij ik goed presteerde, waren deze juist heel motiverend.

Het is belangrijk om je te realiseren dat je gedachtes ‘hebt’, je ‘bent’ niet je gedachtes. Doordat je hier bewust van bent, kun je deze gedachtes omzetten naar motiverende en oppeppende gedachten die je kunnen helpen naar jouw hardloopdoel. Werkelijk geloven dat je iets kunt, zoals het lopen van een marathon of die 10 kilometer onder de 40 minuten te finishen, is de grootste mentale uitdaging. Maar zodra je er écht heilig van bent overtuigd dat je iets gaat lukken, ben je in staat om dingen te bereiken waarvan je zelf nooit had gedacht dat je dat zou kunnen. Dé manier om dat PR te halen, om jezelf verbaasd te doen staan, is dus om te denken dat je het kunt.

Maar hoe dan?
De eerste stap is om je bewust te worden van jouw ‘dialoog’ tijdens het hardlopen. Wat denk jíj als je aan het lopen bent? Erger jij je ook aan je voorganger? Praat je je zelf alleen maar vermoeider? Probeer deze gedachten dan eens om te buigen naar iets positiefs en motiverends. Focus je bijvoorbeeld op het groepje mensen wat een stuk verder voor je loopt en praat jezelf rustig door te letten op je ademhaling.

Leave a Reply