03 maart 2017

Train met hart én hoofd

|
By
|
0 Comment

“Precieze getallen zijn bij mijn weten niet beschikbaar, maar een deel van de prestatielopers traint té veel, met alle risico’s van dien”, aldus Bram Bakker in een recent artikel op Losse Veter. Ha, denk ik, die type loper ken ik ook wel. De redenen waarom ze teveel trainen, die verschillen, zo heb ik in de loop der sportjaren ontdekt, maar daar later meer over.

Welnu, eerst de verschijnselen
Rust, bah, wat een vies woord. Een duurloop van 11.9 km, jakkes, de prestatieloper loopt nog ff een rondje om het huis om 12 op de teller te hebben. Elke wandeling, dumbbell die opgetild wordt en klasje yoga wordt op Strava gezet, je zou toch een dag niet ‘publiekelijk’ getraind hebben joh. Een baantraining in het beoogde aangegeven tempo van de trainer, zal en moet volbracht worden, ook al zijn net je linker onder en boven verstandskiezen getrokken of kom je net terug van een zakenreis en val je bijna om van je jetlag. En wat is het gevolg van al deze fratsen: wedstrijden vallen vaak tegen. ‘Hoe kan dat nu, mijn trainingen gingen zooo lekker’, hoor ik vaak. Het zal vast mentaal zijn, concluderen ze dan. Dat de balans inspanning-rust totaal uit balans is, willen ze niet inzien.

Train hard, rust harder!
Vraag een willekeurige sporter hoe hij denkt vooruit te gaan en hij zal antwoorden: hard trainen. Fout! Een intensieve training zorgt er zelfs voor dat je prestatievermogen kort afneemt, alleen met voldoende rust zal je in staat zijn om je prestatievermogen te verbeteren. De grootste valkuil is dus vaak niet die harde baantraining, nee het is de zogenaamde ‘rustige’ duurloop de dag erna. Die ‘rustige’ duurloop gaat dan zogenaamd in zone 1 (wat dat betekent, weet de loper overigens vaak zelf ook niet, het moet in ieder geval rustig gaan), maar vaak gaat die rustige duurloop veel te hard, want ‘joh, het voelt allemaal zooo goed’. Trainingsleer, het is lichamelijk zo’n makkelijk mechanisme, maar mentaal vaak niet op te brengen voor velen, want rust, nee, dat is vloeken in de kerk. Maar zie de curve hiernaast. Geef je je lichaam telkens een prikkel na voldoende rust genomen te hebben na een intensieve training, dan ga je vooruit. Komt die opvolgende prikkel te snel, dan neemt je prestatievermogen af. En let wel, met rust bedoel ik niet perse helemaal niet trainen, een rustige duurloop mag absoluut, maar die duurloop moet dan dus écht rustig gaan, zone 1 dus (over die zones later meer).

En waarom is rust een vies woord?
Een veelgehoorde uitleg is: ‘maar, Kim, ik heb geen talent, ik moet er écht heel hard voor werken.’ Oké, laten we dat eens even verder uitzoeken, is tevens mijn beroep en doe ik dus ook met veel plezier. Talent, dat wil zeggen, je hebt uitzonderlijke aanleg en bent gezegend met een mooi pakket aan sportgenen. Ik ken ze, die mega getalenteerde atleten, wat een k*tmensen zijn dat. Lopen je er vierkant af na langdurig blessureleed terwijl jij al maandenlang het snot voor de ogen traint. Zoooo oneerlijk! Sorry, moest ff gezegd worden. Maar betekent dit dat de ‘niet-getalenteerde’ sterveling driedubbel zo hard moet trainen om te compenseren voor talent. Waar komt die logica vandaan?! De sterveling heeft zich te houden aan de regels van de trainingsleer, zo niet, dan is overtraining het gevolg. Uiteraard gaat dit niet op voor de getalenteerde sporter, die kunnen alles aan, K-mensen, zei ik toch!
Dan is er nog de sporter die gewoon moét bewegen. Een dag niet gesport is een dag niet geleefd! Deze sporter grijpt elke kans aan om te bewegen. En dan niet perse om megafit aan de start te staan van een wedstrijd – niet zoals de ‘ik heb geen talent’ loper – nee, bewegen is voor deze sporter een eerste levensbehoefte, zo zeggen ze dat zelf, ik noem dit gewoon een obsessie. Vaak gaat het samen met angst dat het lichaam uitdijt en dus wordt er flink gesport zodat er niet op het gewicht hoeft worden gelet (al merk ik ook vaak dat dit sporttype een uitzonderlijke vrees heeft voor alles wat zoet is, gluten bevat en niet-biologisch is). Maar een obsessie, nee joh, ‘sporten is gewoon zoooo leuk’, dat is steevast hun antwoord.

Gevolg: te moe aan de startstreep
In beide gevallen zal de sporter niet in staat zijn om structureel goede wedstrijden te lopen. Want, in beide gevallen, te moe en niet uitgerust voor de wedstrijd. Wat is de oplossing dan? Als je je herkent in bovenstaande patronen – kom op wees gewoon eerlijk en bedenk dat er velen met jou zijn – en je voelt je hier helemaal happy mee, joh, blijf vooral zo doorgaan! Wie ben ik om hier iets van te zeggen. Maar wil je ook goede wedstrijden lopen en merk je dat je niet altijd je beoogde tijd haalt, ja, dan zul je toch echt iets moeten veranderen aan je aanpak. Om te beginnen, doe een uitgebreide VO2-max test. Enkele jaren geleden heb ik dit gedaan en zie mijn resultaten hierboven. Je krijgt informatie over je omslagpunt en een precieze beschrijving over de hartslagen en kilometersnelheden per zones. Oftewel, een rustige duurloop, zone 1 dus, betekent voor mij een snelheid tussen de 11.3-12km/u. Geen ‘ja, maar, het voelt zo lekker’, aan deze zones heb je je te houden! Vind je deze test te omslachtig, dan kun je ook elke ochtend je hartslag meten. Is deze na een intensieve training een paar slagen hoger dan normaal, dan weet je dat je die dag met de handrem moet trainen. Is de volgende dag nog steeds je rustpols wat hoger, dan geeft je lichaam aan dat het nog steeds niet helemaal hersteld is en dus heb je daarmee te dealen. Maar bovenal, het aller- allerbelangrijkste: ga beseffen dat rust iets goeds is! Het is de motor van jouw vooruitgang, de sleutel naar prestatieverbetering, en dat wil je toch het allerliefst, dus ga rust als iets zien waar je van kunt genieten, in plaats van afzien.

Sport is zoiets moois, en jezelf verbeteren en sterker zien worden is een fantastisch gevoel, train met hard én hoofd, en ik garandeer dat je vooruit gaat. Succes!

Leave a Reply