16 november 2017

Waarom tempotrainingen het allerleukst zijn

||
0 Comment

20 rondjes op de atletiekbaan rennen, bah, getsie, klinkt vreselijk hè? Dodelijk saai en je wordt al duizelig als je eraan denkt!

Geen mens gaat ook voor z’n lol ‘gewoon’  20 rondjes over het tartan joggen. Lijkt me hels. 20 ronden sjokken en aftellen… Nee, een echte baantraining ziet er heel anders uit! Ik daag mezelf bijvoorbeeld uit om 6 keer 1000 meter in 3:45 te lopen. Een tempo dat ik graag eens op de 5km wil lopen maar me nog niet gelukt is (damn!). Een tempo waar ik dus echt wel een beetje m’n best voor moet doen. Ik check constant m’n tussentijden, tel de rondes af, word elke keer op hetzelfde moment moe (of steeds iets eerder) en ik kijk altijd uit naar het moment dat ik na 2,5 rondje op ‘laps’ mag drukken. Een klein vreugdekreetje als ik het beoogde tempo gehaald heb. Daarna mag ik 1 rondje (dus 400m) uitrusten in een drafje. Een rondje om van te genieten, het liefst zou ik er twee lopen. En voor je het weet, zijn dat 20 rondjes op de atletiekbaan 🙂

Spelletjes
En zo is elke tempotraining eigenlijk een spelletje! Korte spelletjes, lange spelletjes… Als ik niet veel tijd heb, of weer op moet bouwen na een blessure of weken postmarathonrust (zoals nu), begin ik vaak met een korte maar pittige training. Denk aan 15 x 1 minuut knallen met elke keer een halve minuut pauze. Hierbij heb je echt geen tijd om na te denken over de meters die je nog moet afleggen! Met 10 minuten in- en uitlopen is zo’n training ongeveer 9 km, maar ik ben alleen maar bezig met die 15 losse minuten. En geloof me, die halve minuut tussendoor, die kan echt niet lang genoeg duren. 9km ging nog nooit zo snel voorbij en gaf ook nog nooit zo’n voldaan gevoel!

Tempoblokken
Lange spelletjes zijn misschien nog wel het beste om verveling te voorkomen. Want tja, een duurloopje van 9km overleef je ook nog wel met een leuk muziekje. Maar na 15km wil ik het liefst een beetje vermaakt worden. En aangezien er meestal geen dweilorkest met me mee loopt, moet ik er toch zelf een feestje van maken. Dat feestje bestaat uit tempoblokken van tussen de 10 en 20 minuten. Tenminste, als ik voor een marathon train. Tijdens zo’n training ben ik niet bezig met ‘nog 15km’, maar met m’n eerste kwartiertje tempo, m’n paar minuten rust, m’n tweede blokje, het laatst blok – waarbij m’n hartslag flink omhoog gepompt wordt en m’n benen steeds een beetje bozer worden, en de traktatie die uitlopen heet. Want ook hierbij geldt: als je je het snot voor de ogen hebt gelopen, vind je het heerlijk om nog even een kwartiertje uit te joggen. Zo, dat was dan 20km. Zoef, voorbij! Zo kijk ik met heel veel plezier terug het filmpje van zo’n tempotraining die ik voor de marathon van Berlijn deed. Drie keer 20 minuten op marathontempo. Kijk me eens genieten van dit spelletje 🙂 :

M’n lievelings
Natuurlijk zijn rustige duurlopen super goed en heel belangrijk in een trainingsprogramma. Eigenlijk wel het allerbelangrijkste denk ik. Ik slenter heel wat af. Maar intervaltrainingen zijn m’n lievelings! Het spelletje, het voldane gevoel als het me gelukt is om de tempo’s te rennen die ik wilde, de progressie zien… En het aller aller allersleukste is om het samen met anderen te doen. Om je aan elkaar op te kunnen trekken. Zo heb ik tijdens mijn eerste paar maanden op de atletiekbaan elke training achter Kim aan gehijgd. Zij hielp mij naar een niveautje hoger. Een grote persoonlijke overwinning toen ik na een tijdje ook eens kon koppen! Hierna volgden nog vele jaren waarin we de perfecte trainingsmaatjes en grootste concurrenten waren…

Ik kijk alweer uit naar vanavond: een korte training van 4 x 4 minuten op de weg. De benen een beetje wakker schudden voor de Zevenheuvelenloop die voor zondag op het menu staat!

Leave a Reply